Er is veel te doen over de zorgsector. Hoewel ik wel de indruk heb dat de oproep van Minister De Jonge om de markt wat minder dominant te laten zijn redelijk snel vergeten is. Het Financieele Dagblad besteedt er bijvoorbeeld al geen aandacht meer aan. Ik weet niet goed of dat tekenend is, maar ik ga er maar even van uit dat de hoofdredactie wellicht vindt dat de analyse die er vorige week in stond wel voldoende aandacht was. Daar kwam thuiszorg nauwelijks in voor, overigens.

Ik heb de invoering van marktwerking in de zorg meegemaakt. Ik ben nog uit de tijd van het ziekenfonds en de particuliere verzekering. Mijn schoonvader leefde altijd op de grens: in het voorjaar kreeg hij bij de tandarts geen slabbetje, in het najaar wel.
In de tweede helft van de jaren ’80 werd het ziekenfonds afgeschaft en toen deed zogezegd de markt zijn intrede in de zorg. Eén ding is me altijd daarin opgevallen: als we het hadden (hebben?) over het zorgstelsel dan hebben we het over het stelsel van zorgverzekeringen.

Minister De Jonge heeft het daar echter níet over. Nee, de minister wijst op de parkeerplaatsen bij de woongebouwen in onze steden en dorpen, waar vele aanbieders van thuiszorg de spoeling naar zijn mening wel erg dun maken. En inderdaad moet gezegd worden dat er heel veel mogelijk is in het kiezen van de persoon die je kousen komt aantrekken, je uit bed komt helpen, je in de positie brengt waarin je weer een (deel van de) dag voort kunt. En ook over het tijdstip waarop dit gebeurt valt best veel te bepalen. Heel belangrijk allemaal. Basisvoorwaarden om verder te kunnen. En fijn dat je kunt kiezen.
Die veelheid van aanbieders is echt een gevolg van dit soort elementaire ‘marktwerking’. Want op een markt heerst keuzevrijheid, het is een basiskenmerk. Maar dat kan vast wel wat efficiënter.

Thuiszorg
Naar mijn mening biedt het Kwaliteitskader Wijkverpleging een prima handvat voor een nieuwe aanpak. Daar immers krijgt de Wijkverpleegkundige een regierol in een wijk. Daar immers wordt beschreven dat de Wijkverpleegkundige wordt geacht een sturend lid van een wijkgebonden netwerk te zijn. Gezien de ontwikkelingen in de toekomst zal dat netwerk echt heel belangrijk worden, want met het sterk toenemend aantal (kwetsbare) ouderen in een wijk zal er echt regie gevoerd moeten worden. Eigenlijk maakt het niet zoveel uit door wie dat gebeurt, maar ik juich de keuze van het Kwaliteitskader toe, omdat de wijkverpleegkundige niet geld-gedreven is, of systeem-gedreven, maar zorg-gedreven.

Identiteit
Maar hoe doe je dat dan met voorkeuren van zorgvragers op het gebied van (met name) identiteit? Want er zijn zorgaanbieders van allerlei christelijke, van islamietische, van Indonesische. van antroposofische en misschien nog wel andere identiteiten. En mensen, individuen gewend om zelf keuzes te maken, laten zich niet meer zomaar door iedereen ‘in hun hemd zetten’. Ik zie dat als een prachtige uitdaging voor de zorgaanbieders in de nieuwe wereld die we tegemoet gaan. Het klinkt misschien wat aanmatigend, maar zoiets is echt te organiseren. Ik zie de wijkverpleegkundige al voor me, die als een makelaar partijen verbindt die zich van tevoren gemeld (gecontracteerd?) hebben om in die specifieke wijk of stad bij te willen dragen aan het welbevinden van de zorgvragers. In tijden van krapte op de arbeidsmarkt zal in elk geval niet de situatie ontstaan dat iedereen alles kan. En woont er opeens een principiële refo in een wijk van overigens islam of liberale signatuur, dan weet de wijkverpleegkundige bij wie ze terecht kan om zorg van juiste signatuur te regelen. De wijkverpleegkundige is dan ook, samen met haar wijkteam, niet opdracht- of omzetgericht, maar oplossingsgericht. Het zal de zorg ten goede komen als de wijkverpleegkundige echt slechts afhankelijk van de opdrachtgever (= zorgvrager) kan triëren, opereren, functioneren.

Zorgaanbieders
Zorgaanbieders zijn in die structuur feitelijk de aanbieders van uren van een bepaalde kwaliteit en identiteit. De wijze waarop dat aanbod wordt georganiseerd vereist best nog wat studie, want als we nu al gaan kiezen voor een structuur of rechtsvorm dan gaan we direct weer de fout in om de werkelijkheid in te bedden in de structuur. Het moet andersom. En de vorm waarin het gaat plaatsvinden kan dan zelfs misschien wel per wijk gaan verschillen. Het scheelt nogal of incidenteel of structureel aanbod van een bepaalde zorgaanbieder wordt gevraagd.

Van de zorgaanbieders mag verwacht worden dat zij faciliteiten bieden die door de wijkverpleegkundige kunnen worden ingezet om het belang van de zorgvrager te dienen. Maar dat geldt niet alleen voor de zorgaanbieder. Ook de woningbouwcorporatie en overige partijen inclusief de buurt zelf, hebben een rol hierin te vervullen. Daarbij is de realiteit dat als één ‘het heeft’, de ander ‘er aan lijdt’. Soms moeten we ons dus misschien wel meer richten op de partner, het netwerk, dan op de ‘lijder’. Maar hoe dan ook zal noodzakelijk zijn dat we in netwerken gaan denken in plaats van onze eigen zuil of ons eigen belang centraal te stellen.

Verder doordenken: Lerend netwerk
Het Kwaliteitskader Wijkverpleging schrijft in hoofdstuk 8 over een transitie. Die moet echt ingezet worden. En ik acht het raadzaam dat het veld dat doet. Al was het maar om te voorkomen dat de verzekeraar of de overheid het doet. Want dan krijgen we weer een contracteringsstelsel of aanbestedingssystematiek. Ik zou iets creatievers willen bedenken. Doe je mee?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *